Begeleiden terwijl het einde nog niet vastligt
- hilde5399
- 15 jan
- 4 minuten om te lezen
Over nabij zijn, blijven ademen en meelopen zonder te weten waarheen
Ik schrijf dit terwijl hen er nog is.
Dat voelt belangrijk om te zeggen. Dit is geen terugblik. Geen afgerond verhaal. Geen wijsheid achteraf. Dit is schrijven vanuit het moment. Vanuit een traject dat nog loopt. Waarin niets vaststaat, behalve dat het intens is.
Hen is 21. Iemand met een geest die diep kan voelen en ver kan denken. En ook iemand die al te lang te veel heeft gedragen. Moe. Niet gewoon moe, maar levensmoe. Moe op een laag waar slapen niet meer helpt.
Psychisch ondragelijk lijden. Zo heet het in medische taal. Voor mij is het vooral, elke dag naast iemand staan die voortdurend moet kiezen om er nog te zijn. En die soms hardop uitspreekt dat niet-zijn rustiger voelt dan blijven.
Ik ken hen sinds 2019. Eerst als leerkracht. Later werd ik coach/therapeut/persoonlijk assistent, manusje van alles. En nu, nu ben ik begeleider in een euthanasietraject dat zich stap voor stap ontvouwt. Niet omdat ik dat gepland heb, maar omdat het leven me hier blijkbaar nodig had. En omdat ik ja heb gezegd.
Rollen lossen op
Ik merk hoe mijn rollen steeds minder betekenis krijgen. Leerkracht, coach, begeleider. Ze vallen stil op momenten dat het er echt toe doet. Wat overblijft, is mens-zijn. Adem naast adem.
Ik vraag me regelmatig af: mag dit? Deze nabijheid. Deze zachtheid. Deze liefde die niet in een functieomschrijving past.
En elke keer kom ik tot dezelfde conclusie: dit is wat er nodig is. Hen heeft een feilloos gevoel voor echtheid. Als ik te veel in mijn hoofd schiet, te professioneel word, te afstandelijk, dan voel ik dat meteen. Soms wordt het onrechtstreeks benoemd. Soms alleen gekeken. Soms is alleen de energie voelbaar. Maar altijd raak.
Humor helpt ons. Zwart. Droog. Absurd. We lachen op momenten waarvan anderen misschien zouden denken dat het niet kan. Maar het kan wel. Het moet soms zelfs. Humor is hier geen ontkenning, maar levensenergie. Een manier om het even wat luchtiger, wat draaglijker te maken.
Spiritueel, zonder het zo te noemen
Zonder dat we daar woorden aan geven, is dit traject spiritueel. Niet groots. Niet zwevend. Maar diep menselijk.
Het zit in samen zitten zonder iets te zeggen. In het delen van stilte. In het verdragen van niet-weten. In het besef dat ik niets hoef te repareren.
Ik loop naast hen terwijl we samen langs vragen bewegen waar geen antwoorden op zijn. Blijven of gaan. Hoop of loslaten. Leven of rust.
Wat ik leer, is dat begeleiden hier betekent: aanwezig blijven terwijl alles in mij iets wil doen. Oplossen. Verzachten. Redden. En dat echte nabijheid juist vraagt om het tegenovergestelde. Blijven. Zien. Ademen.
Over geen zeggenschap hebben over je eigen einde
Wat me misschien wel het meest raakt in dit traject, is niet alleen het lijden zelf, maar alles wat eromheen hangt. Het feit dat hen opnieuw en opnieuw en opnieuw moet uitleggen, beargumenteren, verantwoorden waarom leven te zwaar is geworden. Alsof doodswens een scriptie is die verdedigd moet worden.
Keer op keer vertellen wat al zo vaak is verteld. Aan nieuwe gezichten. Steeds weer bewijzen dat het echt erg genoeg is. Dat het niet om een bevlieging gaat. Dat er heel veel geprobeerd is. Dat hen voelt dat die “uitbehandeld’ is. Een woord dat klinkt alsof je een apparaat bent waar geen onderdelen meer voor bestaan.
Ik zie hoe pijnlijk het is om geen zeggenschap te hebben over iets wat zo intiem is als je eigen leven en dood. Hoe vreemd het voelt dat anderen, hoe zorgvuldig en betrokken ook, uiteindelijk meewegen, beoordelen, beslissen. En hoe kwetsbaar je dat maakt.
Soms denk ik, wat een moed vraagt dit. Niet alleen om te willen sterven, maar om te blijven leven terwijl je telkens moet uitleggen waarom dat zo moeilijk is. Het vraagt een kracht die nauwelijks wordt gezien.
Wat dit met mij doet
Dit traject raakt aan alles in mij. Mijn angst om iemand te verliezen. Mijn behoefte om betekenisvol te zijn. Mijn redderssyndroom. Mijn twijfel. Mijn grenzen.
Ik kom mezelf tegen op plekken waar ik liever niet kijk. En tegelijk leer ik meer dan ik ooit had kunnen bedenken. Over liefde zonder voorwaarden. Over trouw zijn zonder vast te houden. Over hoe dun de lijn is tussen begeleiden en gewoon samen mens zijn.
Het is zwaar. Soms rauw. Heel uitputtend. En tegelijkertijd en dat voelt bijna ongemakkelijk om te zeggen, is het ook mooi. Omdat het zo eerlijk is.
In mijn hart
Hen zit daar. In mijn hartje. Met hun scherpe opmerkingen, hun zachte momenten, hun moed. Niet omdat het voorbij is, maar omdat wat we al zovele jaren delen zo echt is. Omdat deze weg, die voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijk is, hoe hij ook verder loopt, ons al gevormd heeft.
Ik weet niet hoe dit eindigt. En misschien is dat wel de kern. Dat ik leer leven met het niet-weten. Met vertrouwen. Met aanwezigheid.
Wat ik wel weet, is: zolang hen hier is, loop ik mee. Met open handen. Met een open hart.
En met diep respect voor hun proces.


Opmerkingen